Het is verstandig om regelmatig een back-up van de gegevens van de administratie te maken. Mocht een administratie beschadigd raken, dan kunt u altijd terugvallen op de laatst gemaakte back-up waardoor u het verlies van gegevens beperkt.

Nadat mutaties zijn vastgelegd en het programma wordt afgesloten, wordt de eerstvolgende keer dat een gebruiker inlogt, automatisch een back-up gemaakt. Daarnaast kunt u op elk gewenst moment handmatig een back-up maken.

  • Klik op de knop backup op de werkbalk.

Als u een standaardlocatie voor back-ups van de administratie heeft opgegeven, verschijnt de melding Back-up is gemaakt. ([locatie van het back-upbestand]) op het scherm. Klik hierin op OK om door te gaan. De back-up is opgeslagen en het programma wordt als het ware opnieuw opgestart. Daarna kunt u weer verder gaan of het programma sluiten.

Heeft u nog geen standaardlocatie voor back-ups vastgelegd, dan verschijnt de melding Er is geen backuppad ingesteld. Wilt u doorgaan en zelf een backupnaam opgeven. op het scherm. Als u nu de standaardlocatie wilt vastleggen, klikt u in de melding op Nee en legt u de locatie voor back-ups vast.

  • Klik in de melding op Ja om de back-up direct te maken.
    Het venster Geef naam en plaats van de backupfile wordt geopend.
  • Bepaal waar u de back-up op uw computer wilt opslaan, voer de naam van de back-up in, en klik op de knop Opslaan.
    Zodra de back-up is gemaakt, verschijnt de melding Back-up is gemaakt. ([locatie van het back-upbestand]) op het scherm.